Eerstehulp





  • Een basiskennis van EHBO bij dieren is als baasje geen overbodige luxe. Net zoals bij mensen wordt de eerste hulp toegepast op het dier indien het zich in een levensbedreigende situatie bevindt. In grote lijnen is de eerste hulp bij dieren vergelijkbaar met deze bij mensen. Aangezien de dierenarts vaak niet direct kan komen is het handig als eigenaar om iets van eerste hulp te kennen. Het bewaren van kalmte, snel en doordacht optreden, het huisdier op een juiste manier benaderen, behandelen en vervoeren is belangrijk. Een hond die van nature kalm en lief is kan na een ongeluk buiten zinnen raken van de pijn. Bij aanraking van een pijnlijke plek kan de hond bijten, waardoor een muilkorf noodzakelijk kan zijn. Het dier herkent vaak de stem van de eigenaar niet meer. Het is belangrijk om het dier in alle rust te benaderen. Onrust of paniek slaat vaak over op het dier en dit moet vermeden worden. Dieren die verwond zijn zullen vaak proberen weg te rennen wanneer ze in paniek zijn. Hieronder een korte beschrijving van EHBO bij dieren.

    Ademhaling

    Ademt het dier nog? Kijk of de borst op en neer beweegt. Indien het dier niet meer ademt kan het zijn dat de luchtwegen geblokkeerd zijn.



    Leg het dier op zijn zijde en strek de hals waardoor de keel vrijkomt. Neem de tong vast en trek deze naar voren. Gebruik de vingers om te kijken of er geen vreemde voorwerpen of braaksel in de mond van het dier zitten. Probeer geen scherpe voorwerpen te verwijderen uit de keel, want deze kunnen blijven steken. Steek je vingers niet in de mond van een dier dat bij bewust zijn is. Het zou namelijk kunnen bijten!

    Nu eventuele vreemde voorwerpen verwijderd zijn kan over gegaan worden op de ademhaling. Indien het dier ademt, leg hem dan in een gemakkelijke houding waardoor de ademhaling vergemakkelijkt wordt. Met gestrekt hals, zodat de luchtweg vrij is, is een goede positie. Indien het dier niet ademt moet u het dier beademen.

    Voor middelgrote en grote honden verzegelt u met uw hand de mond zodat u via de neus kan beademen. Plaats de mond over de neus van het dier en adem krachtig uit.

    Voor kleine honden en katten plaatst u uw mond over neus en mond van het dier . Blaas vier of vijf keer krachtig uit en check dan of het dier zelfstandig ademt. Indien uw dier niet zelfstandig ademt blijf hem dan verder beademen tot de dierenarts bereikt is. Beadem het dier ongeveer 20 tot 30 keer per minuut. Na ongeveer 20 min. is de kans klein dat het dier nog zelfstandig zal beginnen ademen.



    Hartslag

    Controleer de hartslag. Het is niet omdat een dier niet ademt dat het ook geen hartslag heeft. Voel de hartslag in de nek van het dier. Indien er een hartslag is maar geen ademhaling, ga dan door met beademen. Controleer om de minuut of de hartslag nog aanwezig is. Indien het dier geen hartslag heeft leg hem dan op zijn rechterzijde. Bij kleine honden en katten plaats je een handpalm op de ribben, op de plaats waar de elleboog de borst raakt. De andere hand plaats je onder de rechterkant van het dier. Bij grotere honden kan met beide handen gereanimeerd worden op het punt waar de linker elleboog terug buigt in de borst. Duw op de borst zodat deze lichtjes doorbuigt. Wanneer u alleen werkt, wissel na vijf hartmassages af om te beademen. Controleer telkens de pols. Indien u met twee bent kan de ene beademen en de andere drie keer hartmassage geven. Controleer na iedere reeks de hartslag. Blijf reanimeren tot het dier zelfstandig een hartslag heeft of tot bij aankomst bij de dierenarts.



    Verwondingen

    Verwondingen komen vaak voor. Door gevechten of ongelukken kunnen zowel kleine als grote verwondingen ontstaan. Kleine wondjes genezen in de meeste gevallen wel spontaan. Grotere wonden, vooral die aan de kop, moeten behandeld worden. Wonden aan het oor zullen erg bloeden, en door hoofdschuddingen van de hond zal het bloed overal in het rond vliegen. Verwijder gestold bloed aan een oor niet, maar ga met oorwonden naar een dierenarts. Zet het gewonde dier apart van andere dieren zodat deze niet in de wond kunnen zitten. Maak de wonde schoon en ontsmet ze. Indien nodig kan je deze ook verbinden zodat het dier niet aan de wonde kan likken. Het likken of bijten aan de wonde kan ook voorkomen worden door het dragen van een kap, die u bij de dierenarts kan verkrijgen. Grote wonden die moeten gehecht worden, net zoals een wond aan het oor, zijn werk voor de dierenarts.



    Ontwrichting

    Wanneer een dier een verkeerde beweging heeft gemaakt, werd aangereden door een auto of gewoon al spelend iets verkeerd heeft gedaan kan het zijn dat er een ledemaat ontwricht is. Wanneer dit gebeurt dient dit ledemaat zo snel mogelijk terug op de goede plaats gezet te worden. Doe dit echter nooit zelf, want zomaar in het wilde weg gokken hoe de poot moet komen te staan is niet aangewezen. Breng hiervoor het dier naar de dierenarts, die met behulp van een röntgenfoto zal kijken hoe hij kan zorgen dat het ledemaat terug op zijn plaats komt te staan.

    Breuken



    Wanneer het dier een breuk heeft zal hij niet veel bewegen. Elke beweging en aanraking aan het verwonde lichaamsdeel doet pijn. De poot kan in een vreemde houding staan, er kan een wonde aan te pas komen of het bot kan zelfs uitsteken. Maar vaak is een breuk niet zichtbaar, behalve aan de houding van het dier. Door de pijn zullen de dieren rustig zijn en zo min mogelijk de breuk belasten. Dit kan betekenen dat het dier niet meer wil eten of wil opstaan. Wanneer u denkt dat uw dier een breuk heeft dient u hiermee zo snel mogelijk naar de dierenarts te gaan. Breuken moeten behandeld worden wanneer deze nog maar net zijn gebeurd. Wanneer het dier al een lange tijd met de breuk rondloopt kan het zijn dat het bot weer aan elkaar is gegroeid, maar dan verkeerd. Bij een snelle handeling kan het bot meestal zonder veel problemen weer aan elkaar gezet worden zodat het goed kan genezen. Bij de dierenarts wordt er gekeken hoe de breuk er uitziet (meestal wordt er een foto getrokken van het pijnlijke lichaamsdeel) en daarna wordt geprobeerd de botten weer aan elkaar te laten groeien. Soms wordt het dier in het gips gestoken zodat de breuk rustig kan genezen. Soms is een operatie echter nodig om het bot weer juist aan elkaar te plaatsen.

    Brandwonden

    Wanneer uw dier een kokende vloeistof over zich heeft gekregen kan ook hij- net zoals mensen- zich verbranden. Met een brandwonde dient er voorzichtig omgegaan te worden. Gebruik geen zalfjes en knip geen haren weg van het dier. Verwijder de kokende vloeistof (vb. olie) door zachtjes weg te deppen en plaats daarna de wonde onder stromend koud tot lichtlauw water gedurende minimum 10 minuten. Hou het dier warm en breng het naar de dierenarts, die verder zal kijken wat er met uw huisdier moet gebeuren. Bij ernstige brandwonden kan een dier namelijk in shock geraken.

    Verstikken

    Indien er een vreemd voorwerp is blijven steken in de keel kan het dier hierin verstikken. Indien het om een scherp voorwerp gaat, probeer dit object dan niet zelf te verwijderen, om geen beschadiging van de luchtpijp of slokdarm te veroorzaken en omdat er moet opgepast worden dat het dier niet bijt. Neem zo spoedig mogelijk contact op met de dierenarts voor een consultatie.



    Kleine dieren kunnen gemakkelijk onderste boven gehouden worden. Hou het dier bij de heupen vast met zijn hoofd naar beneden. Bij grotere dieren laat je hen op de voorpoten staan terwijl u de achterpoten in de lucht houdt, zodat het hoofd naar beneden hangt. Als het voorwerp er niet vanzelf uit komt moet u met uw vingers in de mond gaan.



    Open voorzichtig de mond en voel met je vinger in de mond. Wees voorzichtig dat u het voorwerp niet verder in de keel duwt en pas ook op voor bijtende dieren. Trek de tong naar voren en verwijder het object of speeksel.



    Indien het voorwerp nog steeds niet los wil komen, laat het dier dan staan of liggen. Plaats de armen rond het middel van het dier. Maak een vuist en plaats deze na de laatste rib. Duw de vuist naar boven in de buik van het dier en doe dit vijf keer snel na elkaar. Deze greep komt overeen met de Heimlich-methode bij stikkende mensen. Als het object nog steeds niet verwijderd is kan een harde slag tussen de schouderbladeren van het dier oplossing geven, gevolgd door de greep rond de ribben. Kijk in de mond of het vreemde voorwerp is losgekomen. Indien het dier door deze belemmering niet meer kan ademen moet het beademd worden. Waarschuw zo snel mogelijk een dierenarts waar u met uw stikkend dier naartoe kan gaan indien er geen verbetering zichtbaar is.

    Een bijen- of wespensteek in de bek kan het dier ook verstikken. Ook hier is snel contact opnemen met de dierenarts noodzakelijk. Vergeet er niet bij te vermelden dat het om een steek van een insect gaat.

    Vergiftiging

    Er bestaan verschillende soorten gif die uw dier kan opnemen. Deze worden onderverdeeld in drie groepen.

    De eerste soort is contactgif; door contact met irriterende stoffen kunnen de dieren vergiftigd worden. Zuren en sterke basen zijn giftige stoffen voor de dieren. De dieren krijgen hierdoor brandletsels. Direct contact opnemen met de dierenarts is belangrijk. Probeer ook steeds te weten met welk soort gif het dier in contact is gekomen.

    Een tweede soort gif zijn de Organofosfaten. Deze bestaan uit sproeistoffen, verdelgingsstoffen, antivlooienmiddel, enz. Dieren die in contact zijn gekomen met een grote hoeveelheid van dit soort gif zullen spiertrillingen krijgen, kwijlen en braken, diarree en stuipen krijgen. De hulp inroepen van de dierenarts is van levensbelang!

    De derde soort gif bestaat uit bloedverdunners, zoals muizen- en rattenvergif. Dit soort gif treedt pas in werking na enkele uren tot dagen. Het dier vertoont spontane bloedingen, zowel in- als uitwendig. Ook hier geldt weer dat zo snel mogelijk contact moet opgenomen worden met de dierenarts.

    Bij alle soorten gif is het goed als geweten wordt met wel gif het dier contact gehad heeft. U contacteert ook best Het Belgisch Antigifcentrum. Zij weten meer over het specifieke gif en zullen, naast de dierenarts, een goede begeleiding geven. Het anti-gifcentrum is gratis te bereiken op het telefoonnummer 070/245 245, waar een arts uw oproep beantwoordt, elke dag, 24 op 24 uur.